home . fétigny . palm . aquarel . juf . kampenhout . teksten . gedichten . wij


Gedichten



Gedichten over trage dingen



    Herfst

    Er is een huis in de heuvels.
    In november kleuren de bomen er roest en geel.
    De kachel is gevuld,
    de warmte sluipt stil in mijn kleren
    en sluit mijn ogen toe.
    Een koek voor vieruurtje, kinderen,
    hoor ik mijn moeder.
    Mijn vader speelt Schubert.
    Kom schat, zeg jij, de boodschappen.
    Ik verstop mijn warmte onder een jas en we rijden weg in de regen.

    3 november 1998


    Saar

    Het haar van Saar hapert als
    ik er 's morgens de kam doorhaal.
    We moeten vlug naar school maar alleen traag
    laten de knopen van 's nachts haar schoonheid
    komen.


    Ochtend van 15 augustus

    Stille stemmen in een andere tuin
    een vogel vliegt voorzichtig
    de zandbak wacht op kinderen
    stoelen staan als de avond ervoor
    de zon ligt op de druppels in het gras
    boven begint een radio te zingen
    de zomerdag mag binnen.


    Januari

    Sien slaapt, ze is niet weg,
    de stilte is nu dieper, overal.
    Op het gras kijkt de sneeuwpop, nergens.
    Morgen is de zon er weer : Sien ook.


    Witte bloem

    Zoveel moet er 's morgens, alles moet,
    wakker worden, wakker maken, eten maken, orde.
    - Kan het please wat vlugger, please -

    Hier is de school, uitstappen, dag juf, instappen.
    Ik moet voort, verantwoordelijk zijn, werken.
    Ik rij ze voorbij, de bloemen.

    Zij niet.

    Haar fiets in het gras.
    Ik denk : haar school !
    Zij heeft wel tijd, zie ik, en

    ze bukt.

    Een witte bloem siert nu haar tas.
    Mijn auto volgt voort de andere.
    Mijn jagen heeft even in het gras gelegen.